Spaanse vlag
Euplagia quadripunctaria Russischer Bär Ecaille chinée
Familie: Nachtvlinders


Euplagia quadripunctaria Spaanse vlag Russischer Bär Ecaille chinéeQ      Euplagia quadripunctaria Spaanse vlag Russischer Bär Ecaille chinée


Algemeen.

De Spaanse vlag is een nachtvlinder, dit is te zien doordat bij deze soort, net als bij alle nachtvlinders, de voor dagvlinders kenmerkende knotsjes aan de voelsprieten ontbreken. Hij behoort tot de familie van de Beervlinders (Arctiidae). Uit deze familie kennen we in de gematigde zone van het noordelijk halfrond ongeveer 200 soorten. Binnen deze familie hoort de Spaanse vlag binnen de subfamilie van de Callimorphinae waartoe ook onder meer de Bonte beer (Callimorpha dominula) behoort.

Naamgeving.

De naamgeving van de soort is niet altijd even duidelijk geweest, de Nederlandse naam Spaanse vlag werd vroeger ook gebruikt voor Callimorpha dominula. Bovendien droeg de Weegbreebeer (Parasemia plantaginis) vroeger de naam Spaanse vaan. Tevens werd de wetenschappelijke soortnaam plantaginis van de Weegbreebeer vroeger als synoniem gebruikt voor de Spaanse vlag.

Uiterlijk.

De Spaanse vlag is een grote vlinder met een spanwijdte van 5,0 tot 6,5 centimeter. Opvallend is de vleugeltekening. De bovenvleugels zijn zwart met een kenmerkende tekening van roomwitte strepen. De achtervleugels zijn oranjerood met enkele zwarte vlekken. Deze zijn slechts te zien wanneer de vlinder vliegt. Door zijn felrode vleugels is hij dan een opvallende verschijning, hoewel hij op het moment dat hij gaat zitten slechts met moeite weer terug te vinden is.


Leefwijze.

Het is een dagactieve soort die vaak nectardrinkend kan worden aangetroffen op met name Koninginnenkruid (Eupatoria canabinum). Ook zitten de vlinders op distels (Cirsium sp.) en Vlinderstruik (Buddleia sp.). ’s Nachts worden de vlinders soms ook op licht gezien. De soort heeft een tweetal zeer verschillende biotopen op korte afstand van elkaar nodig. De rupsen leven op vochtige, relatief koele en schaduwrijke plaatsen, waar ze zich voeden met Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum), Gewone paardenbloem (Taraxacum officinale), Witte dovenetel (Lamium album) en Gewone brandnetel (Urtica dioica). Kenmerkend voor de biotopen van de rupsen is ook de Klimop (Hedera helix). De eieren worden in kleine groepjes op de eitjes van de waardplant gelegd waarna de jonge rupsen nog voor de winter, ongeveer vanaf september, beginnen met eten. De rupsen foerageren vooral ’s nachts. In de winterperiode eten de rupsen wanneer het niet te koud is gewoon door. In het voorjaar maken ze hun grootste groei door. In juni verpoppen ze waarna in juli de eerste vlinders verschijnen. De vliegtijd van de Spaanse vlag valt op warme dagen in juli en augustus. De eerste verschijning in Nederland was op 8 juli en de laatste op 29 augustus. De top van de vliegtijd ligt tussen 1 en 20 augustus met een uitschieter tussen 15 en 20 augustus.

Biotoop.

De vlinders zoeken echter warme kalkrijke hellingen op en leven daar langs bosranden, struwelen en zoomvegetaties.


Bescherming.


De Spaanse vlag is door de Europese Gemeenschap op de Habitatrichtlijn geplaatst, hetgeen betekent dat de vlinder en zijn leefgebied beschermd moet worden. Hij is hier opgevoerd als een prioritaire soort in de bijlage IV. De Habitatsrichtlijn richt zich op zich op gebieden waar habitats (bijlage I) of soorten van Europees belang worden aangetroffen (bijlage II). Daarnaast biedt de Habitatrichtlijn bescherming aan een aantal bedreigde dier- en plantensoorten (overige bijlagen). Van de Spaanse vlag was oorspronkelijk alleen de op Rhodos in de beroemde vlindervallei voorkomende ondersoort Euplagia quadripunctaria ssp. rhodensis beschermd. Door een klein foutje werd de ondersoortnaam geschrapt en geniet nu de gehele soort bescherming. In Nederland komt de nominaatvorm quadripunctaria voor. Elders zijn ook nog de ondersoorten ingridae en fulgida te vinden.


Verspreiding.

De Spaanse vlag is te vinden in het zuidelijk en centraal gedeelte van Europa en Klein Azië. In het zuiden komt deze soort op het Iberisch Schiereiland en verder naar het oosten door het gehele Middellandse zeegebied voor. Beroemd is het voorkomen van de soort in kloven op het Griekse eiland Rhodos. Hier vliegt de soort tussen juni en agustus in miljoenen exemplaren en vormt een heuse toeristische attractie. De vlindervallei heet ook Petaloudes naar het Griekse woord voor vlinder. Vroeger zaten er veel meer vlinders dan tegenwoordig. Het toerisme heeft ervoor gezorgd dat het klimaat veranderd is en bovendien worden de dieren te vaak verstoord. Ze brengen hier hun aestivatie (zomerrust) door en scholen samen in groepen met een dichtheid van 1.000 exemplaren per m2. Wanneer ze gestoord worden vliegen ze op en omdat dit te vaak gebeurd verliezen ze veel energie waardoor ze niet meer kunnen meedoen aan de voortplanting of zelfs voortijdig sterven. De dieren zitten graag op de Amberboom (Liquidambar orientalis). In het noorden loopt de grens van zijn verspreidingsgebied door Midden-Duitsland en de Baltische staten. In Groot-Brittanië is de Spaanse vlag alleen te vinden aan de zuidkust.


Voorkomen in Limburg en omgeving.

In Nederland komt de Spaanse vlag alleen in Zuid-Limburg voor. De Spaanse vlag ook hier slechts op enkele plekken voor. Dit komt omdat het naast elkaar voorkomen van een relatief schaduwrijk en vochtig microklimaat dat voor de rupsen van belang is en een vrij droog en warm microklimaat voor de rupsen in Nederland niet veel te vinden is. Deze twee microhabitats zijn eigenlijk alleen bij elkaar te vinden in beekdalen en in groeves. De soort kan met name gevonden worden aan de rand van het Savelsbos, op de Observant, aan de zuidrand van het Eyserbosch en op de Brunssummerheide. Hier leven de dieren langs de met afgraven bedreigde steenberg op de Heksenberg. In aangrenzend Duitsland komt de Spaanse vlag ook veel voor. Rondom Aken bestaan enkele vrij recent ontdekte populaties en verder oostwaarts is de Spaanse vlag een meer algemene verschijning. Met name in de dalen van Rijn, Moezel en Ahr is de Spaanse vlag veel te vinden. Zijn verspreidingszwaartepunt ligt in Duitsland in Badem-Würtemberg en het Saarland. In België is hij vooral te vinden in de oostelijke helft van het land. Hier leeft hij in de valleien van onder meer Vesdre en Maas. Ook op het Belgische deel van de Sint-Pietersberg en in Plombières is hij te vinden.